Geen producten in je winkelmand.

Jou of jouw?

Ken ik  niet?
Is dat  auto?

Lees eerst de uitleg. Onderaan de pagina staat de oplossing.

Jouw of jou; in het gesproken Nederlands hoor je bijna geen verschil. In het geschreven Nederlands is het onderscheid wél belangrijk en moet je nauwkeurig de spellingsregels toepassen.

[btnsx id=”777″]

JOUW

Je schrijft een ‘w’ als je ‘jou’ combineert met een substantief.
Het substantief staat direct achter ‘jouw’.
Je schrijft dus een ‘w’ als je ‘jou’ possessief gebruikt.

  • Jouw resultaat is niet schitterend.
  • Mag ik jouw pen gebruiken?

JOU

‘jou’ is nooit subject maar maar verder kan ‘jou’ overal in de zin staan.
Je schrijft ‘jou’ dan altijd zonder ‘w’.

  • Waarom hoor ik jou nooit?
  • Hij heeft naar jou gevraagd.
  • Ik heb jou niet gezien.

JOUW? JOU? … JE.

Je kan de hele problematiek van ‘jouw’ en ‘jou’ vermijden door systematisch ‘je’ te gebruiken.

  • Je resultaat is niet zo schitterend.
  • Hij heeft naar je gevraagd.

‘Je’ heeft echter weinig klemtoon. Daarom zal je in het gesproken Nederlands vooral de beklemtoonde vorm ‘jou(w)’ horen.

Het wordt dus:

  • Ken ik jou niet?
  • Is dat jouw auto?

[btnsx id=”777″]

Zin in Nederlands